Ping Pong

In de muziekles pingpongen we wat af:
de leerling speelt, de docent reageert direct. De leerling speelt, de docent reageert direct.
De leerling speelt, de docent reageert direct. De leerling speelt, de docent reageert direct.

Een ander ritme kan interessanter zijn:

de leerling speelt
paar seconden wachten
de leerling speelt nogmaals
paar seconden wachten
de leerling speelt nogmaals
paar seconden wachten
de leerling speelt nogmaals

En daar is het moment voor de docent om vragen te stellen en feedback te geven.

Het waarom? We gunnen de leerling tijd en rust om te experimenteren en uit te proberen.
Dit geeft de leerling zelfvertrouwen en is een mooie voorbereiding op het thuis oefenen.

 

 

 

 

 

 

Afzet nodig

Het blijft een intrigerende vraag
waarom we tijdens het musiceren
onze armen, schouders, handen en nek zo fervent aanspannen,
terwijl we er geen resultaat mee boeken.

Sterker worden we er niet van, ook geen sterkere spelers…

Peuters hebben het beter begrepen: geen kracht zonder afzet.

Misschien zijn onze tamelijk nutteloze inspanningen terug te voeren
tot onze viervoetige voorouders?

 

 

 

 

 

 

Kracht en tegenkracht

Musici zijn heel goed in het aanspannen van handen, armen, schouders en nek.
Bijvoorbeeld  als de muziek moeilijk wordt.
Of snel.
Of als er een crescendo staat.
Want dan is extra spierkracht natuurlijk hard nodig. Toch?

Helaas: geen kracht zonder tegenkracht.
We spannen onze spieren als bodybuilders.
We duwen en we knijpen.
Tegen de buis en in de kleppen van de dwarsfluit, in de strijkstok,
tegen de snaren en in de hals van de gitaar of de viool.
Zinloos en onhandig.

Maar ja, makkelijker gezegd dan afgeleerd.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Superman

Kennen is niet kunnen;
iets begrijpen betekent niet dat we het direct overal en altijd kunnen toepassen.

Leren musiceren is voor het brein zo’n complexe taak dat het dagen,
weken, maanden, jaren duurt voor we iets nieuws helemaal beheersen.

Van leerlingen mag het allemaal wel wat sneller gaan;
geduld is meestal niet hun grootste kwaliteit.

De enige persoon die stante pede automatiseert is Superman.
Jammer dat we hem nooit musicerend op het bioscoopdoek zien!

 

 

 

 

 

 

Rolmodel

Hoe zien we onszelf als muziekdocent?

Op foto’s blijken we instructeurs: we corrigeren onze leerlingen. En we dirigeren onze leerlingen: in een ensemble of naar de juiste plaats op het podium.
Misschien zien we onszelf liever als inspirator; voor de ambachtelijk en artistiek broodnodige voeding van de musicus in spé.
Of zijn wij allen medemusici en verschillen we slechts van onze leerlingen in het aantal gemaakte uren?
Hoe het ook zij, in onze muzieklessen speelt samen musiceren een bijrol. Iets om over na te denken.