Moeilijk Loopje – toonsoort

Hoewel
voor de hand liggend,
toch noemenswaardig.

Het begrijpen
(en kennen en kunnen)
van de toonsoort
of
de harmonie
binnen de toonsoort
voorkomt
foute noten
en
moeilijkheden.

Zie
dit fragment van
Raffaele Galli:
hij kende
zijn Pappenheimers
en zet ze
aan het tonale werk.

Wonderen gebeuren
als leerlingen
vanaf het mezzoforte
(vierde regel)
tot het forte
(drie regels verder)
de harmonie
per maat
echt
tot zich door laten dringen
en ook nog die laatste
achtste
ervaren als bruggetje
tussen het ene
en het andere
akkoord.

Niet alleen foutloos
maar ook opeens
muzikaal.

En mooi.
Oh zo mooi.

Galli als scan

Moeilijk Loopje – zender of ontvanger?

Bij een moeilijk loopje
gaan we er
vaak vanuit
dat de vingers
‘het niet doen’.

Train de vingers.
Ze doen niet
wat wij willen.

Maar misschien
doen de vingers
wel
wat wij willen,
maar willen we
te weinig
of iets anders
of juist niets.

Zeggen we
van een typist
die
fouten maakt
dat ‘ie
slechte vingers heeft?

Zeggen we
van een organist
die in een baspartij
fouten maakt
dat ‘ie
slechte voeten heeft?

Of begrijpen we
dat de vingers
en de voeten
alleen maar doen
wat wij ze vragen
te doen?

Diagnose 1:
Ligt de moeilijkheid
bij de zender of de ontvanger?

foutje